'BIER EN BARMHARTIGHEID KOMEN SAMEN'
ACUTE METALMORFOSE
Half negen. Snelle, opzwepende muziek van één van betere speed-metal-bands sijpelt mijn oren binnen. Ik word wakker en strompel de trap af. Slaapoogjes en een houten hoofd zijn nefaste invloeden op je humeur, vooral 's ochtends als je je niet meer kan herinneren wat je die fameuze kater opleverde. Die laatste cola misschien? Of zou het dan toch aan die resem biertjes ervoor liggen? In ieder geval stroomde de drank door mijn keel, dus is het geheel mijn fout. Nou ja, zo erg zal het niet zijn. Een kop hete melk met honing zal me wel een beetje opkikkeren. Hopelijk.
Tien uur. Een stapel huiswerk gaapt me verveeld aan. Ik gaap verveeld terug. Lang leve het weekend! Mijn houten kop weegt nu nog zwaarder door. Het lijkt verdorie wel metaal! Het hout werd veroorzaakt door het bier, het metaal door de extreem harde klanken die gisteren op die fantastische fuif mijn oren binnendrongen. Dat is tenminste mijn hypothese. Had ik maar neit vlak voor die enorme klankkasten moeten staan. Ik wilde per se stagediven. Dat is mijn hobby; muziek beluisteren, meeleven en dus headbangen en stagediven naar hartelust. Zinloos, hoor ik iemand denken. Moet ontspanning dan zinvol zijn? Het stagediven geeft je een kick, zonder chemische preparaten zoals XTC en dergelijke. Gevaarlijk is het ook niet, tenminste als het publiek fair genoeg is om je op te vangen. Meestal gebeurt dat wel. Vechten? Ook dat wordt vermeden, hoewel de bekakte burgerij daar waarschijnlijk anders over denkt. Lang haar en lederen jekkers opgeteld bij een portie jongelui geeft ruzie, het klassieke optelsommetje. Een verkeerde opvatting die helaas nog klakkeloos aanvaard wordt door bepaalde groepen mensen: ouders (ouders opvoeden blijft lastig), bejaarden ("de jeugd van heden"), enz. Wat er ook van zij, muziek beleven en beluisteren is mijn hobby, als het maar een genre is dat eindigt op -rock,
-metal of -core.
Half een 's middags. Daarnet dacht ik een metaalachtige glans te zien op mijn huid. Er is stront aan de knikker, denk ik bij mezelf. Mijn stem heeft iets mee van een sampler. Een heel goed nagebootste menselijke stem met toch dat typische computersoundje.
Vanzelfsprekend heb ik geen honger. Pa en ma schijnen niks te merken. Am I going insane? Het loopt uit de hand, ik moet wat doen, maar wat? Een noodplan in geval van metalmorfose had ik nog nooit opgesteld, hoewel ik me het gevaar van die mutatiefase wel degelijk bewust was. Het kan niets anders dan metalmorfose zijn. Het fenomeen is bekend bij het rock-milieu. De harde, striemende klanken nestelen zich in het binnenoor en ontwikkelen zich gedurende een paar uur, om daarna een materialisatieproces aan de gang te brengen. Tenslotte wordt de persoon in kwestie de verandering gewaar. De graad van metallisatie hangt af van het gehanteerde volume. Helaas... Op die bewuste fuif gisterenavond was de volumeknop er waarschijnlijk afgerukt...
Ik bereid me voor op het allerergste. Ondertusen is het al drie uur geworden. De smeerolie staat al in aanslag om m'n kamer, just in case...
En wat als ik volledig ingeblikt ben? Een chroombad zal alleszins deugd doen, want zeg nu zelf: wie wil er nu vroegtijdig roesten?
Zal ik toch maar de dokter bellen? Maar wat baat het, die kan me ook niet meer helpen. Zeker niet als zijn stethoscoop magnetisch is! Stel je voor. De cybernetici zullen een vette kluif aan me hebben: een metalen constructie die op zichzelf beweegt, geen robot en nauwelijks menselijk is. Misschien haal ik de kranten wel, of zelfs televisie! Dan ben ik met al mijn ellende toch in beeld geweest. En op mijn sterfbed verklaar ik plechtig dat ik me ter beschikking stel van de wetenschap (om te voorkomen dat ik op de schroothoop beland, want cremeren wordt moeilijk en als ik begraven zou worden vervuilt zonder twijfel het grondwater).
Zo ver is het echter nog niet. Het ergste moet nog komen. Zal het wel komen? De onzekerheid, de angst, de nervositeit: dat is verreweg het ergste.
Waar maak ik me eigenlijk zorgen over? In de middeleeuwen wrongen ze zich wel in een harnas. Toen deden ze express een (lood)zware 'smoking' aan... Sommige musea pronken zelfs met hun roestige middeleeuwse tweedehandskledij. Misschien pas ik wel in dat kader, als curiosum uit de twintigste eeuw.
Verdomme, heb ik mijn leven even mooi verknald! Ik moet voorkomen dat jeugdige decibelfanaten zichzelf in de vernieling storten. Ze moeten op de gevaren va nhet overbelasten van hun oren gewezen worden. Hoe? Langs voordrachten van geleerde professoren die het niet blauwblauw willen laten en mij als voorbeeld nemen van hoe het niet had mogen gaan...
Vijf uur. In extremis wordt de dokter er toch bijgehaald. De wonderen zijn de wereld nog niet uit, naar het schijnt. En wat blijkt? Die olijkerd vertelt me nu dat er naast een beetje beschadiging aan het oor door overbelasting niks aan de hand is. "Geen metalmorfose?", vraag ik nog beduusd. "Nee jongen, je hebt een levendige verbeelding, houden zo!" En daarna, gedempter: "Maar probeer met beide voeten op de grond te blijven." Een raadgeving die ik nooit meer zal vergeten.
Acht jaar later. Een twen die in zijn puberteit een lesje hardhorigheid gekregen heeft, neuriet mee met de zachte tonen van een meesterwerk van Smetana...